Navigatie


Zorgbeleid


Leerlingen kunnen pas optimaal studeren als zij zich goed in hun vel voelen. Het Sint-Gertrudiscollege wil hieraan werken op allerlei vlakken.
Boven alles willen wij de leerlingen het gevoel geven én hen daadwerkelijk laten ervaren dat het Sint-Gertrudiscollege er is vóór en dóór hen. Wij proberen een thuisgevoel te creëren. Leerlingen die zich op sommige momenten minder goed voelen, krijgen ondersteuning.


Het Sint-Gertrudiscollege heeft een zorgbeleid uitgestippeld, zodat leerlingen niet alleen staan met hun grote en minder grote problemen. Er is de zorglijn als ruggensteun op school, net als ouders voor ruggensteun thuis zorgen.  

                                                              
Ons zorgcontinuüm


Brede basiszorg

Goede zorg start met goed onderwijs in de klas, waarbij er aandacht is voor de totale ontwikkeling van alle leerlingen. Bij aanvang van een schooljaar werken we hard aan een zorgzame en veilige klasomgeving. We geven de leerlingen de tijd om zich aan te passen en we bieden kansen om stil te staan bij nieuwe ervaringen.

Preventie van problemen is een essentieel onderdeel van de basiszorg. Problemen worden zo veel mogelijk voorkomen.

Op onze school realiseren we dit onder andere op de volgende manieren:

♥ Elke klas heeft een klassenleraar. Die biedt de eerstelijnszorg en coacht de klas. 

 Per graad is er een leerlingenbegeleider voor de leerlingen, de ouders, de leerkrachten en de
   opvoeders.

♥ We schenken aandacht aan leerbegeleiding (DOEL-namiddag eerste graad) en we starten
   studiebegeleiding op (in de ‘hoe studeren – klas’ voor eerste graad en derde jaar) wanneer dat nodig
   blijkt.

♥ We helpen mee aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden, binnen en buiten de lessen.

♥ We stellen het welbevinden van leerlingen centraal: hun mening en beleving telt!

 

De leerkracht werkt in de klas niet alleen aan de (vak)inhoudelijke aspecten, maar besteedt ook aandacht aan leerbegeleiding:


 Hoe moet je de leerstof studeren?
 Aandacht voor structureringstechnieken.
 Wat wordt er verwacht?
◊ Aandacht voor probleemoplossend denken.
◊ Aandacht voor studieplanning.
◊ Aanbrengen van overzicht en structuur.
◊ Werken aan leerstrategieën en vaardigheden.


Niet alle problemen kunnen voorkomen worden en daarom vormt het systematisch opvolgen van alle leerlingen en het tijdig signaleren van problemen een zeer belangrijke pijler in de brede basiszorg.


De systematische opvolging van de leerlingen gebeurt via het leerlingenvolgsysteem en via de klassenraden: een profielklassenraad na een observatieperiode van een maand, twee klassenraaddagen per schooljaar en extra klassenraden wanneer het nodig blijkt.

Onze basiszorg sluit aan bij het concept van “universeel ontwerp”. Vertaald naar onderwijs betekent dit dat we van bij de start een aanbod creëren waar zo veel mogelijk leerlingen voordeel uit halen: UDL, ‘universal design for learning’.
We proberen een  brede basiszorg op klasniveau te realiseren door een aantal schoolbrede maatregelen af te spreken die leiden tot een krachtige, betekenisvolle leeromgeving.
Het is belangrijk dat leerlingen actief betrokken worden bij het leerproces. Om goed te kunnen leren, heeft een leerling een rijke, krachtige en betekenisvolle leeromgeving nodig. In een dergelijke omgeving wordt het leerproces van leerlingen optimaal bevorderd.

 

Bij een krachtige leeromgeving horen:


 Een betrokken leerkracht, van wie je kunt leren. Hij legt niet alleen alles uit, maar richt zich ook op het
  leerproces van zijn leerlingen.
 Diverse soorten uitnodigende materialen en werkvormen, ook m.b.t. ICT.
 Verschillende contexten die de nieuwsgierigheid opwekken.
 Ruimte voor inbreng van de leerling, voor eigen wensen, oplossingen en creativiteit.
 Ruimte om samen te werken.
 Mogelijkheden voor experimenten en onderzoeken.
 Ruimte voor verschillende leerstijlen en leervormen.


Verhoogde zorg
Voor leerlingen met leer- en of ontwikkelingsstoornissen starten we een individuele begeleiding op.
Het is belangrijk dat bij de inschrijving gemeld wordt of uw zoon of dochter een leer- en/of ontwikkelingsstoornis heeft. Het lerarenteam wordt door de leerlingenbegeleider op de hoogte gebracht en de maand september wordt gebruikt als observatieperiode. Begin oktober volgt de profielklassenraad waar de leraren hun bevindingen delen en bespreken. Op dat moment wordt er ook beslist of er een begeleidingsplan met sticordi-maatregelen (stimuleren – compenseren – remediëren - dispenseren) op maat wordt opgesteld. Dit plan kan altijd aangepast worden in de loop van het schooljaar op vraag van de ouders-leerling en/of op vraag van de begeleidende klassenraad. Ten slotte wordt dit begeleidingsplan doorgespeeld aan het lerarenteam van het volgend schooljaar.
Het zijn vooral de leraren die deze sticordi-maatregelen realiseren binnen de klascontext. Uiteraard gebeurt dat binnen de reguliere werking en omkadering van de school. Ook ouders en de leerling zelf worden als ervaringsdeskundigen nauw bij de verhoogde zorg betrokken.


Uitbreiding van zorg

We spreken van ‘uitbreiding van zorg’ als er bij de extra zorg voor de leerling externe partners betrokken worden. Bijvoorbeeld:
 Er is een wekelijks overlegmoment met de consulente van het VCLB tijdens de Cel
   Leerlingenbegeleiding.
 Overleg met een logopedist, psycholoog ... die de leerling thuis begeleidt.

 Het opstellen van een handelingsplan met de GON-leerkracht (geïntegreerd onderwijs).
 Het opstarten van Bednet (zieke of langdurig afwezige kinderen volgen de lessen mee via internet) en
   TOAH (tijdelijk onderwijs aan huis).